Zoekopties
Home Media Explainers Onderzoek & publicaties Statistieken Monetair beleid De euro Betalingsverkeer & markten Werken bij de ECB
Suggesties
Sorteren op

Feedback op de punten die het Europees Parlement aanvoert in zijn resolutie over het Jaarverslag 2024 van de ECB

Deze feedbackverklaring bevat antwoorden op de aan de orde gestelde kwesties en verzoeken van het Europees Parlement in zijn resolutie van 10 februari 2026 over het Jaarverslag 2024 van de ECB.[1] De verklaring wordt gepubliceerd ter gelegenheid van de presentatie van het Jaarverslag 2025 van de ECB aan het Europees Parlement. De feedback belicht het beleid van de ECB met betrekking tot acties waartoe zij wordt opgeroepen in de resolutie en is per onderwerp gestructureerd.[2] De ECB publiceert deze feedbackverklaringen sinds 2016, op voorstel van het Europees Parlement.

1 Monetair beleid

1.1 Communicatie over het monetair beleid

In zijn resolutie verzoekt het Europees Parlement de ECB zich in te spannen om instrumenten te versterken die voor meer transparantie zorgen, zoals benchmarks, inzichten in haar op modellen gebaseerde aannames en de beoordelingen van inflatieontwikkelingen door de Raad van Bestuur. [paragraaf 5]

De ECB versterkt voortdurend de communicatie rond haar monetairbeleidsbeslissingen en houdt daarbij rekening met een divers publiek en het veranderende communicatielandschap. Het belang van doeltreffende communicatie werd opnieuw benadrukt in de strategiebeoordeling 2025. De ECB licht haar beleidsbeoordelingen en -besluiten toe via verschillende belangrijke kanalen. Dit zijn onder meer de persconferentie waarop de president de meest recente monetairbeleidsbeslissingen van de Raad van Bestuur toelicht, de monetairbeleidsverklaring, de verslagen van de vergaderingen van de Raad van Bestuur, de artikelen waarin de door medewerkers samengestelde projecties worden uiteengezet, het Economisch Bulletin en het Jaarverslag van de ECB. Op de website van de ECB is informatie te vinden over de structuur van en input voor de modellen die worden gebruikt bij de voorbereiding van monetairbeleidsbeslissingen.[3] Daarnaast zijn er recent nieuwe communicatie-initiatieven opgestart, waaronder het ECB-blog, de ECB-podcast en Espresso Economics op YouTube, die ten doel hebben een breder publiek te bereiken door middel van herkenbare voorbeelden en duidelijke taal. Deze kanalen bieden informatie over het werk van de ECB die, afhankelijk van het doelpubliek, meer of minder gedetailleerd is. De publicaties worden aangevuld met uitgebreide datasets, die op de website van de ECB beschikbaar zijn, zoals datasets over aankopen en aangehouden activa.

1.2 Beoordeling van hoge inflatie

Het Europees Parlement uit zijn bezorgdheid over de hoge inflatiecijfers in de jaren na de COVID-19-pandemie als gevolg van verstoringen van het aanbod. Het Europees Parlement merkt op dat een tijdige terugkeer naar prijsstabiliteit in deze periode gerechtvaardigd zou zijn geweest door middel van besluiten van de ECB. Daarnaast verzoekt het Europees Parlement de ECB in haar jaarverslag grondig te onderzoeken wat deze hoge inflatiecijfers heeft veroorzaakt, en daarbij beleidsaanbevelingen te doen om de juiste conclusies te trekken uit toekomstige inflatiecrises. [paragraaf 9]

De ECB heeft in het kader van haar strategiebeoordeling 2025 de oorzaken van de hoge inflatie in 2022 en 2023 uitgebreid geanalyseerd en daaruit lessen getrokken voor haar beleid. De beoordeling omvatte zowel de gevolgen van deze periode voor het beleid als de geleerde lessen uit de voorafgaande langdurige periode met inflatie onder de doelstelling. Die informatie moet de basis vormen voor de toekomstige monetairbeleidsstrategie van de ECB. De hoge inflatie was het gevolg van een reeks schokken die waren veroorzaakt door verstoringen van de toeleveringsketen in verband met de pandemie, door de ongerechtvaardigde invasie van Oekraïne door Rusland en de daaruit voortvloeiende energiecrisis, en door de heropening van de economie na de pandemie. Als reactie daarop verhoogde de ECB vanaf juli 2022 de rente met 450 basispunten. Daarnaast maakte ze een einde aan de nettoaankopen van activa en later aan de herinvesteringen van effecten die de vervaldatum hadden bereikt in het kader van het programma voor de aankoop van activa (asset purchase programme – APP) en het pandemie-noodaankoopprogramma (pandemic emergency purchase programme – PEPP). In de strategiebeoordeling werd geconcludeerd dat op grote, aanhoudende opwaartse en neerwaartse afwijkingen van de inflatie moet worden gereageerd met passend krachtige of standvastige monetairbeleidsmaatregelen. Het doel is te vermijden dat de inflatieverwachtingen op drift raken en afwijkingen van de doelstelling zich in de inflatie nestelen. Bovendien moeten de keuze, het ontwerp en de tenuitvoerlegging van monetairbeleidsinstrumenten voldoende flexibel zijn om soepel te kunnen reageren op veranderingen in de inflatieomgeving. Bij de monetairbeleidsbeslissingen houdt de Raad van Bestuur tevens niet alleen rekening met het meest waarschijnlijke verloop van de inflatie en de economie, maar ook met de daarmee verbonden risico’s en onzekerheden, onder meer door passend gebruik te maken van scenario- en gevoeligheidsanalyses. De ECB heeft aanvullende documentatie gepubliceerd waarin de oorzaken, de dynamiek en de impact van deze periode van inflatie boven de doelstelling worden geanalyseerd.[4] Uit onder meer een analyse van alternatieven is gebleken dat een snellere en agressievere verkrapping slechts een beperkt effect zou hebben gehad op het inflatiepatroon, maar materiële kosten zou hebben teweeggebracht voor de economische bedrijvigheid.[5] Aangezien de uitgebreide analyses openbaar te raadplegen zijn en het Jaarverslag van de ECB ten doel heeft verslag uit te brengen over de werkzaamheden van de ECB in een bepaald jaar, was het Jaarverslag 2025 van de ECB geen geschikt kanaal voor deze informatie.

1.3 Inflatiedoelstelling en monetairbeleidsstrategie van de ECB

In zijn resolutie verzoekt het Europees Parlement de ECB te beoordelen of haar symmetrische doelstelling geschikt is, ook rekening houdend met kwalitatieve factoren. Het Europees Parlement neemt kennis van de beoordeling van de monetairbeleidsstrategie 2025 en moedigt de ECB aan dergelijke beoordelingen periodiek uit te voeren. [paragraaf 13]

De ECB heeft in 2021 een symmetrische inflatiedoelstelling van 2% op middellange termijn vastgesteld, die de afgelopen jaren goed van pas is gekomen. In de strategiebeoordeling 2025 heeft de ECB opnieuw bevestigd naar de symmetrische inflatiedoelstelling van 2% te streven. Een duidelijke doelstelling is essentieel gebleken, zowel om de inflatieverwachtingen opnieuw te verankeren om uit de periode van lage inflatie te komen als om tijdens de periode met sterke inflatiestijging de inflatieverwachtingen stevig verankerd te houden. De duidelijke, kwantitatieve doelstelling heeft verschillende voordelen. Consumenten en bedrijven die op de hoogte zijn van de symmetrische inflatiedoelstelling van 2% vinden het bijvoorbeeld geloofwaardiger dat de ECB haar prijsstabiliteitsdoelstelling bereikt en hebben inflatieverwachtingen die beter overeenstemmen met de inflatiedoelstelling, zoals onder meer Ehrmann, Georgarakos en Kenny (2023) hebben aangetoond.[6] De Raad van Bestuur houdt rekening met de oorsprong, omvang en hardnekkigheid van de afwijking om de gepaste monetairbeleidsreactie te bepalen. De ECB is voornemens regelmatig te beoordelen of zijn monetairbeleidsstrategie passend is. De volgende beoordeling wordt in 2030 verwacht.

1.4 Balans van de ECB en aankopen van activa

In zijn resolutie benadrukt het Europees Parlement dat de aankoopprogramma’s van de ECB onconventionele monetairbeleidsinstrumenten zijn die neveneffecten hebben. Het Europees Parlement wijst er met name op dat programma’s voor de aankoop van activa prijssignalen kunnen verstoren en dat de ECB haar balans slechts zeer geleidelijk is beginnen in te krimpen. Het Europees Parlement steunt het voornemen van de ECB om haar directe rol bij de aankoop van effecten verder te verkleinen en spoort de ECB aan haar programma’s voor de aankoop van overheidsobligaties geleidelijk af te bouwen. [paragraaf 14]

De programma’s voor de aankoop van activa waren ingevoerd om de ECB te helpen bij haar belangrijkste taak, het bewaren van prijsstabiliteit, in een context van langdurige inflatie onder de doelstelling en een beleidsrente die dicht bij de ondergrens lag. Deze programma’s waren een bijzonder instrument van de ECB om de monetairbeleidstransmissie in stand te houden en de inflatie terug naar onze doelstelling van 2% te sturen toen de conventionele beleidsrente de effectieve ondergrens naderde. De aankoop van activa heeft ook een belangrijke rol gespeeld bij het stabiliseren van de financiële markten in tijden van stress. Het einde van de herinvestering van de aflossingen op effecten die de vervaldatum hebben bereikt, leidt tot een geleidelijke en voorspelbare afname van de in het kader van het aankoopprogramma aangehouden obligaties, waardoor de marktwerking soepel blijft.[7]

De balans van het Eurosysteem blijft in een gelijkmatig en voorspelbaar tempo afnemen, zoals te zien is in Grafiek 1. De herinvesteringen in het kader van het APP zijn eind juni 2023 beëindigd en de herinvesteringen in het kader van het PEPP eind 2024. Bijgevolg was 2025 het eerste jaar sinds de start van de programma’s waarin het Eurosysteem geen aankopen van activa in het kader van het monetair beleid heeft uitgevoerd. De afbouw van de APP- en PEPP-portefeuilles is soepel opgevangen door de markt. Naarmate het Eurosysteem zijn effectenportefeuilles geleidelijk heeft teruggeschroefd, hebben andere beleggers, waaronder huishoudens, banken, pensioenfondsen en verzekeringsinstellingen, hun posities namelijk uitgebreid. In de strategiebeoordeling 2025 is herhaald dat de beleidsrente het voornaamste monetairbeleidsinstrument van de ECB is. Daarnaast werd bevestigd dat de Raad van Bestuur indien nodig ook andere instrumenten kan inzetten om de monetairbeleidskoers te sturen wanneer de beleidsrente dicht bij de ondergrens zit of om de monetairbeleidstransmissie soepel te laten functioneren. De ECB monitort regelmatig de neveneffecten en de gevolgen van haar monetairbeleidsinstrumenten voor de marktwerking, en voert ook evenredigheidsbeoordelingen uit wanneer zij aanvullende monetairbeleidsinstrumenten inzet of aanpast.

Grafiek 1

Evolutie van de monetairbeleidsactiva van het Eurosysteem

(EUR miljard)

Toelichting: Het onderdeel ‘Obligatieportefeuille’ omvat de voor monetairbeleidsdoeleinden aangehouden activa van het Eurosysteem die zijn aangekocht in het kader van de verschillende aankoopprogramma’s, waaronder het programma voor de effectenmarkten (securities markets programme – SMP), het PEPP en het APP. Het onderdeel ‘Krediettransacties’ omvat de bedragen die banken hebben geleend in het kader van alle herfinancieringstransacties van het Eurosysteem, met uitzondering van de marginale beleningsfaciliteit.

1.5 Monetairbeleidstransmissie

In zijn resolutie betreurt het Europees Parlement het dat sinds de financiële crisis van 2008 de kortlopende leningen van de ECB de particuliere interbancaire financieringsmarkt grotendeels hebben verdrongen. Het Europees Parlement verzoekt de ECB banken geen depositorente te betalen die boven de marktrente ligt, omdat dit indruist tegen het beginsel van een open markteconomie met vrije mededinging, en eventuele belemmeringen voor het herstel van de kortlopende ongedekte interbancaire markten weg te nemen. [paragraaf 15]

De geldmarktactiviteit neemt toe naarmate de overliquiditeit afneemt, terwijl de kredietopname bij de centrale bank laag blijft. Zowel het volume als de looptijd van de herfinancieringstransacties van het Eurosysteem zijn tussen 2022 en 2025 afgenomen, na een toename in de nasleep van de crises in het eurogebied toen het Eurosysteem gerichte langerlopende herfinancieringstransacties (targeted longer-term refinancing operations – TLTRO’s) invoerde. Deze boden gunstige voorwaarden voor banken en stimuleerden de kredietverlening aan de reële economie, wat de doorwerking van accommoderend monetair beleid tijdens de crises heeft ondersteund. Aangezien de overliquiditeit is afgenomen als gevolg van de geleidelijke afbouw van de APP- en PEPP-portefeuilles en het beperkte gebruik van standaardherfinancieringstransacties, is de geldmarktactiviteit weer toegenomen.[8]

De soepele transmissie van het monetair beleid hangt af van de doeltreffende sturing van de korte geldmarktrente door de ECB. De rentevergoeding op de deposito’s die banken bij het Eurosysteem aanhouden vormt een ankerpunt voor de korte geldmarktrente, waardoor deze kan worden gestuurd in overeenstemming met de monetairbeleidskoers. Bij een liquiditeitsoverschot liggen de geldmarktrentes naar verwachting in de buurt van de rente op de depositofaciliteit van de ECB. De geldmarkten worden ook beïnvloed door structurele factoren die geen verband houden met het monetair beleid. In de ongedekte geldmarkt kunnen de korte rentes onder de rente op de depositofaciliteit dalen omdat ook niet-banken en banken buiten het eurogebied die geen toegang hebben tot de depositofaciliteit van de ECB, actieve marktdeelnemers zijn.[9] Tegelijkertijd is het ecart tussen de niet door onderpand gedekte korte marktrentes en de rente op de depositofaciliteit langzaam maar gestaag afgenomen, nu de overliquiditeit afneemt. De overliquiditeit zal naar verwachting verder dalen. De gedekte korte marktrentes zijn nu gemiddeld op het niveau van de rente op de depositofaciliteit.

1.6 Marktneutraliteit, marktwerking en doelmatige allocatie van middelen

Het Europees Parlement merkt op dat het concept van marktneutraliteit samenhangt met het beginsel van ‘een open markteconomie met vrije mededinging’. Het Europees Parlement verzoekt de ECB om, met inachtneming van haar onafhankelijkheid, marktfalen aan te pakken en zorg te dragen voor een doelmatige allocatie van middelen over een langere termijn, en daarbij zo apolitiek mogelijk te blijven, en het beginsel van marktneutraliteit te eerbiedigen. Ook benadrukt het Europees Parlement dat dergelijke besluiten niet ten koste mogen gaan van het verwezenlijken van de opdracht van de ECB. [paragraaf 23]

De ECB hecht aan het beginsel van ‘een open markteconomie met vrije mededinging, waarbij een doelmatige allocatie van middelen wordt bevorderd’, zoals verankerd in artikel 127, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Doelmatige, goed functionerende financiële markten zijn van fundamenteel belang voor een optimale allocatie van middelen in een markteconomie. De goede werking van de financiële markten – met name geldmarkten en obligatiemarkten – is essentieel voor de ordelijke transmissie van monetairbeleidsmaatregelen naar de economie in ruimere zin. De naleving van het beginsel van een open markteconomie houdt geen verbod in op het beïnvloeden van marktprocessen, maar schept het kader waarbinnen de ECB proportioneel en in overeenstemming met haar opdracht kan ingrijpen.

Marktneutraliteit zorgt ervoor dat de maatregelen van de ECB in overeenstemming zijn met het beginsel van een open markteconomie. De ECB streeft ernaar onnodige verstoringen van de marktwerking of de concurrentie te voorkomen. Marktneutraliteit vormde een hoeksteen van het ontwerp van de ECB-programma’s voor de aankoop van activa. Meer in het bijzonder was marktneutraliteit erop gericht prijsbepalingsmechanismen in stand te houden door zowel verstoringen van betekenis gedurende de rendementscurve als verstoringen van de marktliquiditeit of de beschikbaarheid van onderpand als gevolg van aankopen door de ECB te voorkomen. De ECB kan gerechtvaardigd afwijken van marktneutraliteit wanneer dat nodig is om haar doelstellingen te verwezenlijken of risico’s te beheersen, op voorwaarde dat dergelijke maatregelen in overeenstemming zijn met andere beginselen van het Verdrag en voldoen aan het evenredigheidsbeginsel. De ECB beschikt over risicobeheersingskaders om haar balans te beschermen tegen de financiële risico’s die voortvloeien uit de rechtstreekse aankopen van activa om haar monetairbeleidsdoelstelling te behalen. Deze kaders omvatten procedures voor kredietbeoordeling en zorgvuldigheid die – met inachtneming van het evenredigheidsbeginsel – kunnen leiden tot de beperking of opschorting van aankopen van bepaalde effecten, wat mogelijkerwijs zou kunnen leiden tot een afwijking van de marktneutraliteit. Dergelijke kaders onderstrepen de prudente benadering van de ECB om haar monetairbeleidsdoelstelling van prijsstabiliteit na te streven, maar ook de risico’s te beperken en de beginselen van het Verdrag in acht te nemen.

In de klimaatroutekaart van de ECB van 2021 kondigde de Raad van Bestuur zijn besluit aan om bij de herbelegging van aflossingen in de portefeuille van bedrijfsobligaties meer obligaties te gaan aanhouden van emittenten met betere klimaatprestaties. Deze aanpassing werd vanaf oktober 2022 uitgevoerd. Het doel van de aanpassing was de inherente CO2-vertekening in de portefeuille aan te pakken, de financiële klimaatrisico’s op de balans van het Eurosysteem te beperken en de secundaire doelstelling van het ondersteunen van het algemene economische beleid van de EU – in dit geval de bredere klimaatdoelstellingen – te integreren in het monetair beleid van de ECB. Deze klimaatmaatregelen hebben geleid tot een aanzienlijke vermindering van de koolstofintensiteit van de aankoopstromen van bedrijfsobligaties. Het Eurosysteem heeft de herinvesteringen van bedrijfsobligaties in het kader van het programma voor de aankoop van activa eind juni 2023 beëindigd en die in het kader van het PEPP eind 2024.

2 Financiële stabiliteit en marktinfrastructuur

2.1 Monitoring van crypto’s

Het Europees Parlement verzoekt de ECB het toezicht op crypto’s, zoals stablecoins, te intensiveren. [paragraaf 29]

De ECB houdt de risico’s voor de financiële stabiliteit van crypto’s, en met name stablecoins, nauwlettend in de gaten, evenals de gevolgen daarvan voor de transmissie van het monetair beleid en de goede werking van het betalingsverkeer. De analytische activiteiten en bewaking op dit gebied worden voortdurend uitgebreid om aan te sluiten bij de marktontwikkelingen en de veranderende regelgeving. Zo publiceerde de ECB in de loop van 2025 en begin 2026 verschillende artikelen over hoe crypto’s en stablecoins de financiële stabiliteit en het monetair beleid kunnen beïnvloeden.[10] De ECB werkte ook samen met nationale bevoegde autoriteiten aan het vergroten van de capaciteit voor analyse en toezicht en droeg bij aan de werkzaamheden van het Europees Comité voor systeemrisico’s op het gebied van crypto’s, inclusief stablecoins.[11] Gezien het mondiale karakter en het grensoverschrijdende bereik van crypto’s blijft de ECB bijdragen aan de werkzaamheden met betrekking tot crypto’s en tokenisatie in internationale fora, bijvoorbeeld in de Raad voor Financiële Stabiliteit, het Bazels Comité voor bankentoezicht, het Comité voor marktinfrastructuur en betalingsverkeer, het Committee on the Global Financial System en het Markets Committee. Deze werkzaamheden omvatten het monitoren en beoordelen van: de risico’s van crypto’s en hun dienstverleners, met inbegrip van risico’s die voortvloeien uit de banden van de dienstverleners met de financiële sector; de bredere implicaties voor het financiële stelsel; en de implementatie en verdere ontwikkeling van internationale standaarden om deze risico’s aan te pakken. De ECB heeft ook haar monitoring van ontwikkelingen op bredere tokenisatiemarkten die verder gaan dan crypto’s en stablecoins uitgebreid en deze beslaat nu ook getokeniseerde deposito’s en getokeniseerde obligaties.[12] Dit gebeurde met name als onderdeel van de werkzaamheden in het kader van het Appia-initiatief van de ECB om samen met belanghebbenden uit de publieke en private sector een geïntegreerd, innovatief en concurrerend Europees getokeniseerd financieel stelsel te ontwerpen.[13] De ECB staat klaar om de Commissie en de medewetgevers zo nodig, net als in 2025, verdere inzichten en beleidsinput te leveren uit haar analyse en interne monitoring.[14]

2.2 Operationele weerbaarheid en toezicht op TARGET-[15] diensten

Het Europees Parlement is bezorgd over de tijdelijke storing van het realtime bruto-vereveningssysteem T2 en T2S van de ECB in februari 2025 en verzoekt de ECB nauwlettend toe te zien op en te zorgen voor de goede werking van de vereveningssystemen. [paragraaf 32]

Het Eurosysteem volgt drie aanvullende benaderingen om de veiligheid en efficiëntie van financiëlemarktinfrastructuren te bevorderen. Dit zijn: i) het bezit en de exploitatie van financiële marktinfrastructuren (‘operationele functie’); ii) het verrichten van toezichtsactiviteiten (‘toezichtsfunctie’); en iii) het optreden als katalysator (‘katalysatorfunctie’). TARGET is een door het Eurosysteem ontwikkelde en aangeboden financiële marktinfrastructuur die het vrije verkeer van contanten, effecten en onderpand in heel Europa mogelijk maakt. In dit kader beoordeelt de toezichtsfunctie van het Eurosysteem – die organisatorisch gescheiden is van de operationele functie – regelmatig of de TARGET-diensten voldoen aan de toepasselijke toezichtsbeginselen en wettelijke bepalingen. Indien de toezichtsfunctie gevallen van niet-naleving vaststelt, doet ze toezichtaanbevelingen om verandering teweeg te brengen. In deze rol werkt de toezichtsfunctie regelmatig samen met de operationele functie van het Eurosysteem voor TARGET-diensten om de informatie op te vragen die nodig is voor het formuleren van een onafhankelijk standpunt.

De operationele functie van het Eurosysteem voor TARGET-diensten reageerde op het grote incident in februari 2025 bij T2 en T2S met een uitgebreide post-incidentanalyse, waarin dieperliggende oorzaken, operationele impact en herstelmaatregelen aan bod kwamen. De bevindingen zijn samengevat in een post-mortemverslag dat in november 2025 op de website van de ECB is gepubliceerd en is gedeeld met de Commissie economische en monetaire zaken van het Europees Parlement. De implementatie van de bevindingen van het onderzoek is in volle gang: de tijdkritische maatregelen zijn al afgerond. De overige maatregelen worden uitgevoerd in overeenstemming met het afgesproken actieplan, met als doel het verder versterken van de operationele weerbaarheid en maatregelen voor het crisisbeheer bij incidenten. Meer in het algemeen functioneren TARGET-diensten binnen een robuust kader voor risicobeheer en cyberweerbaarheid dat bedrijfscontinuïteits-, nood- en crisisbeheermaatregelen omvat, naast redundantie, voortdurende monitoring en regelmatige tests.

Daarnaast heeft de toezichtsfunctie van het Eurosysteem voor de TARGET-diensten een uitgebreide toezichtsbeoordeling van dit grote incident uitgevoerd. Er werden aanbevelingen gedaan in verband met de onderliggende oorzaken, de efficiëntie van het herstelproces, testactiviteiten en noodoplossingen. De operationele functie van de TARGET-diensten is bezig deze aanbevelingen met hoge prioriteit op te pakken. Tot slot heeft het Eurosysteem, als reactie op het veranderende dreigingslandschap, zijn cyberweerbaarheidsstrategie geactualiseerd, waarbij TIBER-EU[16] is afgestemd op de vereisten van de verordening betreffende digitale operationele weerbaarheid (Digital Operational Resilience Act – DORA)[17], om autoriteiten te helpen dreigingsgestuurde penetratietests op te zetten en uit te voeren om na te gaan hoe exploitanten hun systemen beschermen tegen cyberaanvallen.

3 Governance en communicatie van de ECB

3.1 Institutionele governance

Het Europees Parlement verzoekt de ECB een open en constructieve interne dialoog te bevorderen. Ook dringt het Europees Parlement aan op de verdere verbetering van de kaders voor personeelsvertegenwoordiging en het interne kader van de ECB voor klokkenluiders. [paragraaf 37]

De ECB beschikt over een uitgebreid kader voor personeelsvertegenwoordiging dat een zinvolle dialoog en betrokkenheid van het personeel bevordert. Het kader voor personeelsvertegenwoordiging van de ECB biedt personeelsvertegenwoordigers voldoende middelen om bij te dragen (bijvoorbeeld via een raadplegingsproces), om in contact te komen en samen te werken (bijvoorbeeld in reguliere vergaderingen met alle ECB-medewerkers en het management) en om te communiceren (bijvoorbeeld via initiatiefbrieven, e-mails en het intranet van de ECB) om hun mening te geven en de standpunten van het personeel te vertegenwoordigen. Deze standpunten worden door de besluitvormende organen van de ECB in aanmerking genomen, zodat medewerkers van de ECB input kunnen leveren voor besluiten over werkgerelateerd beleid en zaken die hun aangaan.

In overeenstemming met de plannen die zijn uiteengezet in de reactie van de ECB op de resolutie van het Europees Parlement van vorig jaar, heeft de ECB in 2025 een uitgebreide evaluatie uitgevoerd van haar rapportage-, onderzoeks- en tuchtregels. De evaluatie is gebaseerd op de ervaringen die zijn opgedaan sinds 2020, toen de regels aanzienlijk werden herzien. In december 2025 heeft de directie van de ECB een gemoderniseerd kader vastgesteld, waarbij een aantal verbeteringen zijn aangebracht, waaronder verbeteringen voor klokkenluiders. De herziene regels verduidelijken de meldingskanalen en stroomlijnen de onderzoeken naar gevallen van wangedrag, die nu door één speciale eenheid worden ondersteund. Voorts wordt nu meer nadruk gelegd op het bijstaan van medewerkers die bij dergelijke processen betrokken zijn, onder meer door advies en begeleiding, en op een betere proactieve bescherming indien er een risico op represailles is vastgesteld. Verder versterkt het herziene kader, onder specifieke voorwaarden, de waarborgen voor medewerkers die publiekelijk melding maken van wangedrag dat het algemeen belang schaadt.

3.2 Interactie met nationale parlementen

Het Europees Parlement verzoekt het Europees Stelsel van centrale banken (ESCB) zijn dialoog met de nationale parlementen voort te zetten en te versterken, hetgeen de legitimiteit en het beleid van het ESCB zou versterken. [paragraaf 39]

Hoewel de nationale parlementen in de eerste plaats interactie hebben met de respectieve nationale centrale banken van het Eurosysteem, kan de ECB, waar van toepassing, ook rechtstreeks op ad-hocbasis met hen in gesprek gaan. De reikwijdte en modaliteiten van de interactie tussen de nationale centrale banken en parlementen verschillen van lidstaat tot lidstaat. De specifieke constitutionele regelingen, statutaire bepalingen en bredere institutionele architectuur van elke lidstaat zijn van invloed op de wijze waarop, wanneer en in welke vorm de nationale centrale banken contact onderhouden met de nationale parlementen. Hoewel de ECB primair verantwoording verschuldigd is aan het Europees Parlement, kan zij soms delegaties van de nationale parlementen ontvangen om aangelegenheden te bespreken die voor het hele eurogebied van belang zijn. Deze uitwisselingen vinden plaats op verzoek van het nationale parlement en hebben tot doel een evenwichtig niveau van betrokkenheid van de parlementen van alle landen van het eurogebied te waarborgen. Lidstaten waarvan de nationale centrale banken deel uitmaken van het ESCB maar niet van het Eurosysteem voeren hun eigen monetair beleid en de ECB onderhoudt over het algemeen geen contacten met hun nationale parlementen over haar monetair beleid.

  1. De tekst van de resolutie van het Europees Parlement over het Jaarverslag 2024 van de ECB is beschikbaar op de website van het Parlement.

  2. De afsluitingsdatum voor de opstelling van deze feedbackverklaring was 30 maart 2026.

  3. Zie A guide to the Eurosystem/ECB staff macroeconomic projection exercises, ECB, juli 2016; The ECB-Multi Country Model. A semi-structural model for forecasting and policy analysis for the largest euro area countries, Working Paper Series, nr. 3119, ECB, 2025; en de meest recente macro-economische projecties, die informatie bevatten over de input voor projecties.

  4. Dit omvat de twee occasional papers van de ECB met onderliggende analyses ter ondersteuning van de strategiebeoordeling: Kamps, C. et al., Report on monetary policy tools, strategy and communication, Occasional Paper Series, nr. 372, ECB, 2025; en Nickel, C. et al., A strategic view on the economic and inflation environment in the euro area, Occasional Paper Series, nr. 371, ECB, 2025.

  5. Zie blz. 77 van Kamps, C. et al., Report on monetary policy tools, strategy and communication, Occasional Paper Series, nr. 372, ECB, 2025.

  6. Zie Ehrmann, M., Georgarakos, D. en Kenny, G., Credibility gains from communicating with the public: evidence from the ECB’s new monetary policy strategy, Working Paper Series, nr. 2785, ECB, 2023.

  7. Zie Ferrara, F.M., Hudepohl, T., Karl, P., Linzert, T., Nguyen, B. en Vaz Cruz, L., Who buys bonds now?How markets deal with a smaller Eurosystem balance sheet , The ECB Blog, ECB, 22 maart 2024.

  8. Zie ook de Euro money market study 2024, ECB, 2024.

  9. Meer informatie hierover is te vinden in Paragraaf 2.1 van de EURSTR Annual Methodology Review, ECB, 2022.

  10. Zie de speciale bijdrage van Aerts, S. et al. met de titel Just another crypto boom? Mind the blind spots, Financial Stability Review, ECB, mei 2025; het kader van Aerts, S., Lambert, C. en Reinhold, E. met de titel Stablecoins on the rise: still small in the euro area, but spillover risks loom, Financial Stability Review, ECB, november 2025; en Altavilla, C., Boucinha, M., Burlon, L., Adalid, R., Fortes, R. en Maruhn, F., Stablecoins and monetary policy transmission, Working Paper Series, nr. 3199, ECB, 2026 en Born et al., Euro stablecoins and their potential effect on sovereign bond markets, Macroprudential Bulletin, nummer 33, ECB, april 2026.

  11. Zie Abassi et al., Crypto-Asset Monitoring Expert Group (CAMEG) 2025 Conference – Book of abstracts, Occasional Paper Series, nr. 382, ECB, 2025; Crypto-assets and decentralised finance, ESRB, oktober 2025.

  12. Zie Banu, E. et al. (2026), Towards an efficient and integrated digital capital market in Europe: the role of tokenisation and the Eurosystem’s policy response, Macroprudential Bulletin, nummer 33, ECB, april 2026; Born, A. et al. (2026), Tokenised bonds: assessing efficiency and liquidity in a nascent market, Macroprudential Bulletin, nummer 33, ECB, april 2026, Born, A. et al. Tokenised money market funds: new technology, familiar risks?, Macroprudential Bulletin, nummer 33, ECB, april 2026.

  13. Zie de webpagina van de ECB met de titel Appia – paving the way for a future- ready, integrated financial ecosystem leverage tokenisation and DLT.

  14. Zo werd in het antwoord van het ESCB op de gerichte raadpleging van de Europese Commissie over de integratie van de kapitaalmarkten van de EU, ESCB, juni 2025, benadrukt hoe de risico’s van significante aanbieders van cryptodiensten in de EU kunnen worden aangepakt door middel van gecentraliseerd toezicht.

  15. Het trans-European real-time gross settlement express transfer system (trans-Europees geautomatiseerd realtime bruto-vereveningssysteem).

  16. Het kader voor door threat-intelligence-based ethical red teaming, ook bekend als penetratietests op basis van bedreigingen (threat-led penetration testing – TLPT). Zie de Herziene strategie voor cyberweerbaarheid van het Eurosysteem, MIP News, ECB, oktober 2024.

  17. Verordening (EU) 2022/2554 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 betreffende digitale operationele weerbaarheid voor de financiële sector en tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1060/2009, (EU) nr. 648/2012, (EU) nr. 600/2014, (EU) nr. 909/2014 en (EU) 2016/1011 (PB L 333, 27.12.2022, blz. 1).